
Minister Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een brief aan de Tweede Kamer de hoofdlijnen van het 'Vitaliteitspakket' openbaar gemaakt.
Ook het kabinet constateert dat de arbeidsmarkt op een omslagpunt staat.
Er dreigen in hoog tempo tekorten te ontstaan. Mensen zullen daardoor meer, langer en productiever moeten werken.
Dat vereist meer aandacht voor de vitaliteit en inzetbaarheid van werknemers. Dat is in de eerste plaats een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers.
De kabinetsmaatregelen in het Vitaliteitspakket zijn bedoeld om hen hierbij te ondersteunen. Op Prinsjesdag zullen de plannen verder worden toegelicht. Onderstaand de belangrijkste voornemens van het kabinet op een rij.
- Bedrijven krijgen een mobiliteitsbonus voor het in dienst nemen van een
55-plusser; de bonus wordt verhoogd als iemand uit een uitkering komt.
- Sociale partners en scholingsfondsen krijgen de mogelijkheid gebruik te
maken van de Europese subsidieregeling ESF om duurzame
inzetbaarheid te bevorderen.
- De huidige financiële prikkels voor ouderen om langer door te werken -
ouderenkorting en doorwerkbonus - worden omgezet in één werkbonus
voor 62-plussers om juist hén te stimuleren langer door te werken.
- Werknemers komen eerder in aanmerking voor aftrek voor
scholingsuitgaven; de fiscale drempel gaat omlaag.
- Het kabinet wil dat de scholing vanuit sectorale scholingsfondsen
(O&O-fondsen) wordt verbreed naar andere sectoren. Het kabinet is
bereid daar extra geld voor uit te trekken.
- Er komt een nieuwe spaarregeling waarmee deelnemers een financiële
buffer kunnen opbouwen. Tot nu toe werd het spaargeld in de huidige
levensloopregeling vooral gebruikt om eerder te stoppen met werken,
maar het kabinet vindt dat niet langer wenselijk. De nieuwe
spaarregeling kan onder andere ingezet worden om de overgang naar
een andere baan zo soepel mogelijk te laten verlopen. Het kabinet komt
met een overgangsregeling voor de bestaande levensloopregeling.
- Het kabinet wil dat sociale partners afspraken maken over een
‘van-werk-naar-werk-budget’ voor werknemers. Dit helpt werknemers die
met ontslag bedreigd worden om via scholing een nieuwe baan te
vinden. Het budget zou binnen sectoren gezamenlijk gefinancierd
worden en in cao’s vastgelegd moeten worden. Het kabinet realiseert
zich dat dit een extra inzet, ook financieel, van de sociale partners vraagt
en is bereid hen daarin tegemoet te komen. Het komende jaar wil het
kabinet hierover afspraken maken met de sociale partners.